Title

Dutch Kapura Expedition 2001

Bart climbing the Northface of the DrifikaIn the summer of 2001 Fedor Broekhoven, Coenraad Doeser, Bas Henzing, Bart Hersmus, Martijn Jongmans, and I (Wouter) went on a self-organised small scale expedition to the Karakoram range in northern Pakistan. Aim was a first ascend of the magnificent Kapura. Unfortunately we didn't succeed due to bad snow conditions. However we managed to reach the top of two formerly unclimbed mountains, Minka Peak and Pic Caro, named after the girlfriends of respectively Wouter and Bas. Other successes were a new route through the northface of Drifika and a repetition of the southwest ridge of the perfectly pyramidal Nasser. Below you'll find my personal report (in Dutch) about this expedition. If I'll ever find the time and patience I'll try to translate it into English...


De Nederlandse Kapura expeditie 2001: mooie en moeilijke momenten van klimmen in de Karakoram

Een paar honderd meter hoger, aan het eind van de sneeuwgraat waarop Bart en ik ons bevinden, zien we top van de Drifika liggen, zo dichtbij, maar toch onbereikbaar. Ons verstand zegt ons terug te gaan, maar wordt daarbij aardig dwarsgezeten door onze gedrevenheid. "Als we op de sneeuwgraat zijn, dan zijn de moeilijkheden voorbij en lopen we zo naar de top"; deze gedachte heeft ons in de tergende hitte door het lange ijscouloir gesleept.

"Shit, hoe kan dat nou!" Tot nu toe waren de condities op de berg zo perfect geweest: het couloir in de - in eerste instantie onbeklimbaar ogende - noordwand bleek boven elke verwachting te bestaan uit prachtige firn en ijs en was minder steil dan we hadden durven hopen. En nu staan we op een graat opgebouwd uit een soort van sneeuw die veel wegheeft van een stapel champagneglazen die al instort als je er naar kijkt. Niks vindt er houvast: ijsbijlen en stijgijzers graaien net zo lang om zich heen, totdat ze een hoop ijssplinters hebben verzameld waar vervolgens met grote zorgvuldigheid een arm of een knie opgelegd kan worden om zo omhoog te krabbelen. Zekeren is uitgesloten: de ijsboren hangen werkeloos aan de gordel en zelfs de firnankers vinden op een diepte van 2 meter nog geen steun. Aan kort touw gaan betekent zelfmoord voor twee. Maar wat graag zouden we willen zekeren, hier, waar het van elke stap onzeker is of hij houdt en de steile flanken van de graat links en rechts vrij snel uit het zicht verdwijnen.

Langzaam maar zeker dringt tot ons het besef door dat we ook deze keer de terugtocht moeten aanvaarden, en dat terwijl de derde keer immers toch het spreekwoordelijke scheepsrecht zou moeten zijn. 10 abseils later en 24 uur na vertrek staan we weer bij de tent.

Twee eerdere pogingen die we samen met Martijn hadden ondernomen om de Drifika via een nog niet eerder geklommen route over de zuidoostgraat te beklimmen, waren uitgedraaid op een grote mislukking. Routes die aanvankelijk met ons, in de Alpen en in een vorige Himalaya-expeditie , goed getrainde 'alpiene' oog 'te doen' leken, bleken een aaneenschakeling van bijna onoverwinnelijke moeilijkheden: alles blijkt veel hoger en langer, de rots is moeilijker, de graten smaller en het ijs harder, brosser en vooral veel steiler dan je in Alpen normaalgesproken aantreft. Door de trage voortgang worden we beide keren dan ook gedwongen terug te keren. Ook de andere ploeg, bestaande uit Fedor, Bas en Coenraad heeft zonder succes twee pogingen gedaan op de andere kant van de berg.

Maar blijkbaar oefent de Drifika, het `Huis der Geesten', een prachtige piramidevormige berg die naar boven toe steeds spitser toeloopt, een zo'n sterke aantrekkingskracht uit dat je hem maar blijft proberen. Iets magisch heeft hij zeker.

Niet alleen de routes op de Drifika zelf waren een stuk moeilijker dan we gedacht hadden: alleen al om bij het kamp onder aan de berg te komen moesten we door drie gevaarlijke ijsvallen heen, om vervolgens op een vlakte met een enorm spletenlabyrint uit te komen. Tè vaak hebben we nu de irritante - twee dagen lange - aanloop vanuit het basiskamp moeten maken. De afdaling na de mislukte beklimming is dan ook gelukkig de laatste keer dat we dit stuk hoeven te doorkruisen. Geen wegzakken in spleten meer, even niet meer op je hoede hoeven zijn voor instortende séracs of sneeuwbruggen die het begeven.

Als we bij het vooruitgeschoven basiskamp Coenraad en Martijn tegenkomen die met hangend hoofd van een mislukte poging op de Kapura, de berg die we als hoofddoel van de expeditie hadden gesteld, terugkeren, kunnen we aan hun gezichten aflezen dat ook zij hier niet meer willen zijn, laat staan terugkomen. Zonder dat er echt overleg nodig is, worden tenten afgebroken, spullen ingepakt, en wordt het afval verbrand. Met rugzakken die veel te groot en te zwaar zijn, omdat niemand hier meer wil terugkomen om de spullen op te halen, dalen we de laatste ijsval af en volgen we voor de laatste keer de steenmannetjes die we gebouwd hebben om de snelste route over de met puin bedekte gletsjer te markeren. Terug in het basiskamp worden we verwend door onze steun en toeverlaat Fida, die ons telkens weer met zijn kookkunsten door elk zwaar moment weet heen te slepen en de motivatie weet terug te brengen.

We zitten inmiddels bijna 5 weken in het gebied, morgen worden onze spullen alweer opgehaald door de dragers. Tot nu toe hebben we twee kleine succesjes gehad, een eerstbeklimming van de Minka Peak en een van de Pic Caro, twee niet al te moeilijke en voor dit gebied vrij lage bergen. Maar bovenal hebben we heel veel verkend, gesjouwd en geprobeerd. Lichtelijk teleurgesteld zijn we wel over deze expeditie; het zou een goed gevoel geven als we als afsluiter nog iets met succes zouden beklimmen.

Pas op de voorlaatste dag komt het eigenlijk in ons op de Nasser te beklimmen. Gek eigenlijk dat we daar nu pas mee komen, we hebben namelijk al die tijd vanuit het basiskamp recht op deze prachtig symmetrische piramide van rots uitgekeken, die met recht de locale naam voor Speerpunt mag dragen. Blijkbaar zijn we al die tijd te gefocust geweest op de Drifika en Kapura.

De route die we op het oog hebben leidt over een van de messcherpe graten en is tijdens ons verblijf al door een groep Canadezen en door een Italiaans team beklommen. We beschikken derhalve over een prachtige routebeschrijving, die zelfs alle standplaatsen aangeeft. Wel even wat minder avontuurlijk dan we tot nu gewend zijn, maar wel erg relaxed! En het mooiste is dat je er met je wandelschoenen heen kunt lopen en je niet meer nodig hebt dan je sportklimschoentjes en een set zekeringsmateriaal. Voor het eerst in weken hebben we weer echt zin en energie om aan een beklimming te beginnen.

Alles gaat ons deze dag voor de wind: zonder problemen lopen we het puincouloir van bijna 1000 hoogtemeters omhoog en de berg biedt ons prachtig klimmen, afwisselend op platen met veel flakes en balancerend op de smalle graat. De graat is op plekken zo smal dat we niet anders stand kunnen maken dan boven op de graat te gaan zitten met aan elke kant van de graat een been bungelend over de rand; net alsof je op een paard zit, maar dan wat hoger boven de grond. De laatste paar touwlengtes, hoewel niet moeilijker dan 4e graads, zijn eigenlijk het meest spectaculair. Al piazzend bewegen we ons langs de messcherpe graat voort, terwijl de klimschoentjes een fantastische houvast hebben op de kleine treetjes of op de kale plaat. Beide kanten van de graat zijn qua moeilijkheid min of meer gelijk en worden dan ook afwisselend benut. Het is een machtig gevoel, zo hangend aan je gestrekte armen, met je voeten op wrijving, terwijl de plaat waar je op staat meer dan 1000 meter lager ergens in de buurt van het basiskamp eindigt. "Wow, dit is pas klimmen, hier doe je het voor!". In opperbeste stemming bereiken we die middag de top en zonder al te grote problemen komen we 's avonds laat, moe maar voldaan, op het basiskamp aan. Hadden we ons een mooiere afsluiter kunnen wensen?

Hoewel de expeditie zelf een hele bijzondere, mooie maar ook zware ervaring is geweest, heb ik het nog helemaal niet gehad over hetgeen de meeste indruk op mij heeft gemaakt, en met mij denk ik ook op de rest van de groep. Niet de prachtige bergen met hun enorme dimensies, niet de beklimmingen, niet de ruigheid van de natuur, nee, iets dat veel toegankelijker is voor de meeste buitenlanders heeft bij ons de mooiste herinneringen nagelaten: de mensen in Pakistan. Zelden heb ik zulke vriendelijke en behulpzame mensen ontmoet, mensen die je groeten of een praatje willen maken, bijna altijd uit interesse en niet omdat zij je zien als een stapel bankbiljetten.

Het is erg te betreuren dat Pakistanen afgelopen jaar in de pers veelal zijn afgeschilderd als bloeddorstige moslimextremisten die geen enkel respect tonen voor het leven van anderen. Ik denk dat dit maar voor zeer weinigen opgaat en al helemaal niet voor de Balti, het volk dat in het Karakoram-gebied leeft en afstamt van de Tibetanen. Dit werd voor ons onderstreept door het uiterst gastvrije onthaal dat wij na afloop van de expeditie ontvingen in Machulu, het geboortedorp van Fida. Het hele dorp liep uit om een glimp van ons op te vangen en de hele familie van Fida spande zich in om ons een koningsmaal te serveren. Met de kinderen van het dorp speelden wij een potje voetbal tot wij erbij neervielen, en het mooiste van alles, was dat een groep van ongeveer tien jochies, waarvan de oudste niet ouder was dan een jaar of tien, voor ons raam muziek begon te maken en spontaan een Baltische dansvoorstelling begon te geven, en dat terwijl honderden meters onder ons de rivier de Indus zich hulde in de oranje pyjama van de ondergaande zon. Een nog mooiere afsluiter bestaat dus…

Met dank aan: Bergsportshop.com, Slee Buitensport en Radical Design

Wouter Dorigo Oktober 2002