Title

Blesa

Het is alweer enkele jaren geleden dat mijn paardje Blesa overleed. Ik denk nog vaak aan haar terug - ze was een bijzonder paard.

Ik leerde Blesa kennen toen ik 13 was en Wendy hielp met de zorg voor haar IJslander Skeg. In de wei met IJslanders stonden twee merries altijd wat beteuterd over het hek te kijken als we gingen rijden. Ze waren al jaren nauwelijks buiten de wei geweest, en zagen er min of meer uit als twee grote teckels. We vroegen of we deze merries, Edda en Blesa, wat aandacht mochten geven. Dat mocht. Met frisse moed gingen we aan de slag. Dat viel niet mee. Edda was enthousiast – maar in staat om uit enhousiasme en onervarenheid de greppel in te lopen. En Blesa was in eerste instantie woest – woest dat we haar bij haar vriendenkring vandaan uit de wei durfden halen. Ze draaide zich dan om en rende naar de wei terug, met een kracht waar verbazingwekkend weinig tegen uit te richten was. De eerste keer ik op haar ging zitten werd ze nog woedender en begon ze vreselijk te bokken, met vervaarlijk glinsterend oogwit.

Maar toen we met de twee paarden samen gingen rijden, ging het steeds beter. De paarden knapten op en vielen af. En op een mooie dag besloten de eigenaren om Edda en Blesa aan ons cadeau te doen. Ik was 14 en in tranen van blijdschap.

Blesa was dus een gegeven paard. En het oude spreekwoord was haar op het lijf geschreven: een gegeven paard moet je niet in de bek kijken. Dat moet je nemen zoals het is.

Ze was in menig opzicht niet het meest subtiele paard. Ze was totaal ongemanierd, op het lompe af. Ze kende haar kracht en liep, klein als ze was, dwars door je heen. Niet uit kwaadaardigheid, maar uit doelmatigheid. Ze was nergens bang voor, behalve voor alleen zijn en voor plassen water. Die angst uitte zich in inwrikbare, nuchtere onverzettelijkheid. Ze deed niets waar ze geen zin in had en werd dan uitermate onbestuurbaar. Ze kon zelfs wraakzuchtig zijn. Maar ze was geweldig, als je haar maar gewoon in haar waarde liet.

Echt de strijd met haar aangaan werkte namelijk totaal averechts. Dan veranderde ze van een onverstoorbaar, wat koppig paard in een soort feeks. Dat begon met een toenemende hoeveelheid oogwit (“Pas op, ze krijgt oogwit”, was een gevleugelde uitspraak), en in het ergste geval gooide ze haar ruiter met een welgemikte bok op de grond en liep met ferm meppende staart weg. Niettemin kon ze ook extreem braaf zijn als ze achter de gang van zaken stond. Om die reden zetten we vaak beginnende ruiters op haar. Gezellig achter de andere paarden aanlopen vond ze prima, en ze zat als een huis en schrok nooit. Het enige waar mensen nog wel eens van schrokken was het feit dat ze zich niet door plassen water liet sturen en in plaats daarvan gevaarlijk dicht langs bomen denderde.

We sloten een woordeloze deal. Die hield zo ongeveer in: “als jij mij niet teveel lastig valt, val ik jou niet teveel lastig.” En zo was het. Het werkte. Ik dwong haar niet tot dingen die ze echt niet wilde – over sloten springen, voorop lopen, zich al te netjes gedragen. En omgekeerd tolereerde ze mij zonder veel morren. Als ze een goede bui had, was ze zelfs uitermate lief, en licht en fijn te rijden.

Ik ontwikkelde door de jaren heen eenzelfde lompheid als Blesa in het blijven staan als ze weer eens over mee heen wilde lopen. Ik ging veel van haar houden. En omgekeerd geloof ik dat ze mij ook wel OK vond. Ze was niet het type paard dat op je af komt lopen als je de wei in loopt (tenzij je een baal hooi droeg), maar ze liep ook niet weg.

Blesa had altijd onafscheidelijke vriendschappen met andere paarden. Waar Edda was, liep Blesa er jarenlang altijd schuin achter, en later, toen ze Edda verruild had voor Skeg, bewogen de twee “oudjes” zich als een eeuwig tweespan. In haar eentje vond ze het ongezellig. Samen met haar vrienden ging ze vrolijk mee op impulsieve trektochtjes, en liet zich (op uiteenlopende manieren versierd) gewillig gebruiken voor bruiloften, buurtfeesten en Koninginnedag.

Ze was een geweldig paard. Ze is 31 jaar geworden. En ze bleef tot op die vreselijke laatste dag gewoon haar lieve, oprechte zelf.