Title

IJslanders houden op een begrazingsgebied

Het natuurgebied het Langeveen ligt ten zuiden van Amersfoort en behoort tot het Landgoed Den Treek-Henschoten. Het is van oorspong een veengebied, dat later is afgegraven. Sinds ongeveer 13 jaar wordt dit gebied van zo’n zes hectare begraasd door onze IJslanders. Na enkele jaren werd het begrazingsgebied uitgebreid met een nieuw gedeelte: Ringheuvels, een gebied van 15 hectare bestaande uit gereconstrueerde stuifduinen, heide en verschraald bosgebied.

Na enkele veranderingen in de samenstelling bestaat onze “kudde” nu uit zes IJslanders, een IJslander-kruising en een mini-shetlander, vier eigenaren en drie bijrijders. We beseffen ons goed hoe bijzonder het is om je paarden in Nederland op zo’n manier te kunnen houden. Tegelijk creëert het houden van paarden in een begrazingsgebied specifieke problemen en eigenaardigheden, zodat je soms de natuur een beetje tegen moet werken. Tijd voor een verslag!

Het Langeveen is een vrij drassig gebied, doorkruist door verraderlijke slootjes en sloten - al is het in de loop der tijd minder nat geworden en komen natte pakken en te water geraakte dierenartsen gelukkig steeds minder vaak voor. Door de jaren heen veranderde de begroeiing, die inmiddels overwegend uit hoog, stug pitrus met een onderlaag van gras bestaat. Het aangrenzende stuifduinengebied is schraler en ontwikkelt zich langzaam tot een prachtig, open heidegebied.

Het was vanaf het begin duidelijk dat de paarden zich thuis voelden op het gebied, en het was fijn om te beseffen dat ze hier een eigen leven konden leiden, volgens hun eigen ritme. Het was een prachtig gezicht om de paarden met wapperende manen in galop door het gebied te zien struinen, af en toe over een slootje springend en handig slalommend om de biezen met pitrus. Het feit dat ze in dit luilekkerland voordurend in wat netjes uitgedrukt “overconditie” heet verkeerden, namen we maar op de koop toe, al was het ‘s zomers altijd afzien als je met haast ontwrichte heupen het IJslands Vuur probeerde op te wekken in een kogelrond, vadsig paard dat slechts tot een vermoeid, trekpaardachtig sukkeldrafje in staat bleek. Maar toen achtereenvolgens onze shetlander Yørrp en één van de IJslanders hoefbevangen werden, beseften we toch dat we hoe dan ook de grasinname van de paarden moesten gaan inperken – omdat het gewoon gevaarlijk voor ze was.

Dat valt nog niet mee in een natuurgebied - strookbeweiding is zogezegd geen optie, en het is voor natuurbeheerders niet direct aannemelijk dat dit puur-natuur-begrazingsproject in feite ongezond voor veel paarden is. Gelukkig ging de beheerder ermee akkoord dat we een klein gedeelte van het gebied afzetten – opgedeeld in een kleine wei waarin paarden die hoefbevangenheid hadden gekregen permanent op een hooidieet stonden, en een weitje waarin de andere paarden steeds tijdelijk konden worden opgesloten. Omdat we het door de ligging van het natuurgebied niet redden om meer dan één keer per dag te komen, leidde dit nieuwe regime voor de paarden tot een nogal cru jojo-dieet: het ene etmaal vrijwel vastend doorbrengen in het weitje, het volgende etmaal je helemaal rond eten in het natuurgebied.

We bedachten dat het handig zou zijn om een hek te maken dat openging met een tijdklok – dan konden we de paarden dagelijks opsluiten, en liet het hek ze na een bepaalde tijd weer vrij. Bevriende technici wilden het systeem wel voor ons ontwerpen en monteren, en het resultaat is nu in werking: een zogenaamde Hekopener die op zonne-energie werkt.

Het systeem werkt als volgt: een zonnecel, bevestigd op een boomstam, laadt een accu op die een klein elektromotortje voedt. Dit geheel is in een stevig plastic kastje op een van de zijpalen van het hek bevestigd. De met een draaiknop in te stellen tijdklok wacht tot de ingestelde tijd is verstreken en start dan het elektromotortje. Dat zorgt er via een wieltje voor dat er een hendel wordt opgetild uit een sleuf van het houten hek: het hek zwaait, doordat het wat scheef hangt, open tegen een paal en klikt daaraan vast. Hierna kunnen de paarden zelf het gebied in lopen. Het geheel is aan alle kanten afgeschermd met stroomdraad en de tijd is in te stellen op 4, 9, en 17 uur.



We zijn erg trots op onze Hekopener, al is hij nog in de testfase en heeft hij af en toe wat kuren. Onze paarden staan nu dagelijks 17 uur opgesloten in de kleinere wei, en kunnen de resterende zeven uur rondstruinen en eten op het natuurgebied. Wel moeten we nu dagelijks vijf matig enthousiaste paarden uit de uithoeken van het gebied vissen en opsluiten. Hoewel ze nog niet het punt hebben bereikt dat ze wegrennen als we aan komen lopen met onze bundel halsters, is hun enthousiasme tot een dieptepunt gedaald. Was het vroeger nog zo dat de rest van de kudde geïnteresseerd meeliep als je één of twee paarden meenam, nu blijven ze stoïcijns grazen. Het lijkt soms wel of ze zich opdelen in strategische subgroepjes, die de meest ontoegankelijke plekjes uitkiezen om zich te verbergen – helemaal in de verste uithoek van het heidegebied bijvoorbeeld, of tussen de heuveltjes, met gescheurde eczeemdekens verscholen achter braamstruiken, of (het ergste) in de drassige, met diepe sloten doorweven rechter uithoek, waar het pitrus zo hoog staat dat de paarden er niet eens met hun rug bovenuit komen.

Dit resulteert dikwijls in verwoede, slapstick-achtige expedities door de wildernis, met onwillige paarden op sleeptouw en wanhopig getuur tussen de biezen. Je bent er soms wel een uur mee zoet - jammer van de plannen om nog even snel een ritje door het bos te maken.

En zo is deze Hekopener voor zowel onze paarden als onszelf een prima hulp om op gewicht te blijven... En genieten we samen met de paarden dagelijks van de wilde schoonheid van bos, heide, biezen en zandduinen.