Title

Kirgizië

Klik op de foto om naar de Kirgizië Foto gallery te gaan.

Kirgizië. Waar ligt dat...?? Welnu, in Centraal-Azië. Een tamelijk klein bergstaatje, ingeklemd tussen China, Kazachstan en landen als Tajikistan en Oezbekistan. Bij Wouter en mij roept de naam Kirgizië sinds onze reis in het najaar van 2003 onvergetelijke herinneringen op aan desolate heuvels, kuddes paarden, vriendelijke, ruige mensen met evenzoruige eetgewoonten, schapen in kofferbakken van lada's, en zadelpijn.

Zoals de ligging al doet vermoeden, valt Kirgizië niet echt in een hokje te plaatsen. Van oorsprong wonen er vooral losse nomadenfamilies, afkomstig uit Mongolië. Maar met de "inlijving" bij de Sovjetunie werden er ook industrie, land- en mijnbouw geïntroduceerd - al viel er niet bijster veel te halen, want het land bestaat vooral uit bergen. Om die reden is Kirgizië redelijk goed in staat gebleven om ondanks alles een eigen identiteit te behouden. Nu, 12,5 jaar nadat Kirgizië officieel (en nogal abrupt) onafhankelijk is geworden, lijken veel mensen weer een beetje teruggeworpen te zijn op hun oude bestaan. De meeste Russen zijn vertrokken, het stelsel van sociale voorzieningen en onderwijs is grotendeels ingestort, en geld is er nauwelijks: een vrije markteconomie komt onder zulke omstandigheden niet zomaar van de grond. In Kirgizië probeert iedereen dan ook in de eerste plaats zijn eigen brood op de plank te krijgen. Veel mensen leven van de veeteelt - vooral die van schapen - en laten in de zomer hun vee grazen op de jailoos of bergweiden. In die periode woont men dan in yurts: grote, ronde tenten van vilt. Naast herders zijn er taxichauffeurs - bijna per definitie de mensen met een auto-, en overal, vooral in steden, kom je mensen tegen die met het verkopen van een paar kleine spulletjes (een fles limonade, een paar sigaretten, wat snoepjes) proberen rond te komen.

Kirgizië is nog niet zo gewend aan toeristen, en is daarom een leuk land om doorheen te reizen. Je wordt er niet belaagd, en de mensen zijn ontspannen en gastvrij. Klein detail is wel dat vrijwel niemand Engels spreekt, maar alleen Kirgizisch - een aan het Turks verwante taal - en in de meeste gevallen ook Russisch. Dus was het aanknopen van een gesprek met iemand voor Wouter en mij iedere keer weer een ware uitdaging. Maar gewapend met onze Communicatie Kit © (bestaande uit een Wat-en-hoe-in-het-Russisch-boekje, een halve bladzijde Kirgizisch in de Lonely Planet, een woordenboekje Duits-Russisch, en een point-it boekje), wat Engelse woorden (door Wouter voor de gelegenheid met een Russisch accent uitgesproken en onderstreept met tekenfilmachtige geluiden en geheimzinnige handgebaren), veel geglimlach en en af en toe een briljante uitroep van mij als "Framboesjki" (voor: wij willen graag rode limonade), kwamen we best een eind. Lastig bleef het als ze terug gingen praten. Meestal restte ons dan niets anders dan een glazig glimlachen. Gelukkig is dat universeel.

Onze reis begon in Bishkek, de hoofdstad: een groene stad met relatief rijke mensen, waaronder nog tamelijk veel Russen, hoewel er in de buitenwijken ook veel mensen wonen die rond moeten komen van hun moestuintje en een paar schapen. Na er een paar dagen over de bazars rondgezworven te hebben, en zowaar van de Kirgisische onafhankelijkheid gevierd te hebben, vertrokken we naar Karakol, een stadje meer in het oosten, aan de voet van het Tian Shan gebergte.

Van daaruit hebben we een 4-daagse trekking door de bergen gemaakt. Echt supermooi! De bergen zijn heel afwisselend: van rode zandsteenkliffen en enorm brede lieflijke grasvalleien tot kleurige vulkanische puinbergen en eindeloze kale berglandschapen met een soort gelig gras. Met als achtergrond steeds de woeste witte toppen van het Tian Shan gebergte (waar Wouter overigens zo spoedig mogelijk wil gaan toerskien).

We kwamen bijna niemand tegen, op een paar herders na, die hun vee (vooral paarden en koeien) voor de zomer op de jailoos laten grazen. Hoewel we dus nauwelijks mensen zagen, waren er wel overal paarden en koeien. Enorm veel paarden en koeien. Die staren je nieuwsgierig aan, en lopen dan meestal schuw weg, al willen ze eventueel uiteindelijk ook wel terugsnuffelen als je met je hand aan hun neus snuffelt. Dus de eerste nacht hebben we heel idyllisch in een mooi en weids rivierdal gekampeerd, met als enig gezelschap een kudde paarden.


deel 2 >